ECLI:NL:CRVB:2014:1700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van maatregel verlaging bijstand wegens weigering arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt sinds juli 2011 bijstand en weigerde in februari 2012 mee te werken aan een re-integratietraject bij Voorwerk. Het college legde daarom een maatregel op die de bijstand met 50% verlaagde gedurende één maand. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd een tweede besluit genomen tot verlaging van de bijstand over maart 2012 met 100%, waartegen appellant te laat beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond en tegen het tweede niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. In hoger beroep voerde appellant aan dat communicatieproblemen door onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal de weigering niet aan hem te verwijten waren, maar dit werd verworpen. De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant bewust weigerde mee te werken.
Verder werd geoordeeld dat de termijnoverschrijding voor het tweede besluit niet verschoonbaar was, mede omdat de besluiten correct aan de gemachtigde waren toegezonden en de gevolgen van diens handelen voor rekening van appellant komen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand en verklaart het beroep tegen het tweede besluit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.