ECLI:NL:CRVB:2014:1698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- D.J. van der Vos
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als leerling-ziekenverzorgende, viel in 2006 en opnieuw in 2009 uit met gezondheidsklachten. Zij vroeg in 2011 een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat zij de wachttijd niet had vervuld en later omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende onderbouwd was. De bezwaarverzekeringsarts achtte appellante vooral psychisch beperkt, met weinig fysieke beperkingen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over volledige arbeidsongeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, vond geen aanleiding tot twijfel aan de medische beoordeling en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 2 mei 2014 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.