ECLI:NL:CRVB:2014:1678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herplaatsingsstatus na opheffing functie trajectcoach bij reorganisatie
Appellant was sinds 1991 werkzaam als trajectcoach bij een openbaar lichaam en werd in het kader van een reorganisatie geconfronteerd met het opheffen van zijn functie. Het dagelijks bestuur besloot dat appellant niet als functievolger kon worden aangemerkt voor de functies van intaker en hoofd ontwikkelafdeling vanwege substantiële verschillen in taken en verantwoordelijkheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het samenstel van werkzaamheden van de functie trajectcoach niet terugkeerde in de nieuwe organisatie en het dagelijks bestuur hem terecht als herplaatsingskandidaat had aangemerkt per 1 juli 2011. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn werkzaamheden voortgezet werden en dat de functie hoofd ontwikkelafdeling dezelfde was als die waarvoor hij zich had aangemeld.
De Raad oordeelde dat de functies van trajectcoach en hoofd ontwikkelafdeling wezenlijk van elkaar verschillen, met name in verantwoordelijkheden en taken, en dat het niet aannemelijk was dat appellant als functievolger kon worden aangemerkt. De Raad bevestigde dat het dagelijks bestuur de ingangsdatum van de herplaatsingsstatus in redelijkheid kon bepalen en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Dordrecht werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.