ECLI:NL:CRVB:2014:1651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontving tot 3 januari 2011 een bijstandsuitkering die werd beëindigd vanwege vermogen boven de vrijlatingsgrens. Zij vroeg bijstand aan met ingang van 1 maart 2011, maar het college kende bijstand toe vanaf 1 oktober 2011 en weigerde terugwerkende kracht wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het college haar niet voldoende had geïnformeerd over het moment waarop zij na intering van haar vermogen weer recht op bijstand zou kunnen hebben. De Raad oordeelde dat het bijstandsorgaan hiertoe niet verplicht is, mede vanwege onvoorspelbare omstandigheden die de termijn van intering beïnvloeden.
Verder wees de Raad erop dat appellante voldoende geïnformeerd was via een brochure en gemeentelijke website. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand met terugwerkende kracht wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.