ECLI:NL:CRVB:2014:1639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskosten en schadevergoeding bij afwijzing bijzondere bijstand WWB
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de WWB voor tandheelkundige kosten, welke door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuwe beslissing. Appellant vorderde in hoger beroep vergoeding van proceskosten, waaronder vermeende verletkosten, en schadevergoeding wegens vertraging.
De Raad oordeelde dat appellant geen recht heeft op vergoeding van verletkosten omdat hij bijstand ontvangt en geen inkomsten uit arbeid of zelfstandigheid heeft misgelopen. De door appellant gevorderde schadevergoeding werd beperkt tot wettelijke rente over de periode van verzuim, aangezien de materiële schade voortkomt uit de vertraagde betaling van bijzondere bijstand. Immateriële schade wegens stress werd niet erkend omdat niet is aangetoond dat sprake was van geestelijk letsel.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten, veroordeelde het college tot betaling van wettelijke rente en wees het overige verzoek af. Een veroordeling in proceskosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: College wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, overige schade- en proceskostenverzoeken worden afgewezen.