ECLI:NL:CRVB:2014:1622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde Wajong-aanvraag wegens maagontledigingsstoornis
Appellante, geboren in 1987, heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd. In 2008 werd haar aanvraag afgewezen omdat zij niet als jeugdgehandicapte werd beschouwd. In 2011 diende zij een herhaalde aanvraag in met medische rapporten waarin een maagontledigingsstoornis werd vastgesteld. Het UWV wees deze aanvraag af omdat deze niet gebaseerd was op nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de diagnose maagontledigingsstoornis geen nieuw medisch objectief feit opleverde dat de eerdere beoordeling zou wijzigen. In hoger beroep betoogde appellante dat deze en andere diagnoses zoals coeliakie haar belastbaarheid op de ziekmeldingdatum beïnvloedden.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad stelde dat een andere interpretatie van reeds bekende feiten geen nieuw feit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad bevestigde dat het UWV terecht de aanvraag op grond van artikel 4:6 Awb Pro heeft afgewezen en dat het hoger beroep niet slaagt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herhaalde Wajong-aanvraag wordt bevestigd.