ECLI:NL:CRVB:2014:1616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij herziening WAZ-uitkering en schadevergoeding
Verzoeker, die sinds 2004 een WAZ-uitkering ontving, maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV die zijn uitkering verlaagden en eiste schadevergoeding wegens onrechtmatigheid. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures werd de uitkering hersteld naar het oorspronkelijke niveau en werd een deel van de kosten vergoed. Verzoeker vorderde in hoger beroep een schadevergoeding van € 60.000,- als voorschot voor een opleiding die noodzakelijk zou zijn voor zijn psychisch herstel.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening en concludeerde dat toekenning van een dergelijk hoog bedrag risico's voor het UWV met zich meebrengt, zeker omdat niet aannemelijk was dat de schadeposten causaal verband houden met het onrechtmatige besluit. Ook de overige aanvullende eisen van verzoeker werden afgewezen vanwege hun onomkeerbare karakter.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan redelijke mate van waarschijnlijkheid dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven.