ECLI:NL:CRVB:2014:1592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- K.J. Kraan
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens herhaaldelijke weigering werkhervatting na arbeidsgeschiktheid
Appellante was sinds 1983 in dienst bij de Kamer van Koophandel Centraal-Gelderland en werd in 2008 arbeidsongeschikt verklaard. Na toekenning van een WGA-uitkering en vermindering van haar werktijd, werd zij in 2012 door de bedrijfsarts en het UWV geschikt verklaard voor haar eigen werk. De Kamer riep haar op om haar werkzaamheden te hervatten, maar appellante weigerde dit herhaaldelijk met verwijzing naar haar gezondheid en een verstoorde arbeidsrelatie.
De Kamer stopzette de salarisbetaling en stelde appellante meerdere keren schriftelijk in gebreke, met de waarschuwing dat bij uitblijven van werkhervatting disciplinair ontslag zou volgen. Appellante maakte bezwaar tegen het stopzetten van haar salaris, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen. Het ontslagbesluit werd gehandhaafd.
De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar niet verschoonbaar was, ook niet vanwege tekortkomingen van haar advocaat. Verder was de weigering om te werken zonder objectieve medische gronden ernstig plichtsverzuim. De Raad vond het ontslag niet onevenredig en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het disciplinair ontslag blijft gehandhaafd.