ECLI:NL:CRVB:2014:1586
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tweede generatieslachtoffer Wuv wegens ontbreken aperte fout
Appellant, geboren in 1951 en zoon van erkende vervolgingsslachtoffers, verzocht om een uitkering als tweede generatieslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). In 1994 werd zijn verzoek afgewezen omdat zijn psychische klachten niet het niveau van ziekte of gebrek bereikten en niet in overwegende mate verband hielden met vervolgingsgevolgen.
In 2011 vroeg appellant opnieuw om gelijkstelling, met een beroep op verslechterde gezondheid. Verweerder weigerde dit, omdat de Wuv sinds 1994 geen gelijkstelling meer toestaat voor personen die na de oorlog zijn geboren. De Raad beoordeelde het verzoek als een herzieningsverzoek van het besluit uit 1994 en stelde dat alleen bij een aperte, verwijtbare fout herziening mogelijk is.
De Raad concludeert dat het oorspronkelijke besluit gebaseerd was op een psychiatrisch rapport uit 1994 waarin lichte klachten werden vastgesteld, maar geen ziekte. Latere medische verklaringen uit na 1994 konden het eerdere oordeel niet wijzigen. Appellant had bezwaren tegen het onderzoek destijds kunnen aanvoeren, maar heeft dat niet gedaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van aperte, verwijtbare fouten bij het oorspronkelijke besluit.