ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9476
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van de Griend
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit weigering gelijkstelling als vervolgde WUV
Appellante, geboren in 1949 en behorend tot de tweede generatie, verzocht om herziening van een besluit uit 1991 waarin haar verzoek om gelijkstelling als vervolgde in de zin van de WUV werd geweigerd. Dit verzoek was eerder afgewezen en het beroep werd in 1993 ongegrond verklaard. De Raad overweegt dat sinds 1994 gelijkstelling alleen openstaat voor personen die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 vervolging hebben ondervonden, wat niet op appellante van toepassing is.
Het aangeleverde rapport van psychiater D.J. de Levita uit 2010 werpt geen nieuw licht op de zaak en bevestigt grotendeels de eerdere analyse dat de psychische klachten van appellante niet in overwegende mate verband houden met vervolging van haar moeder. De Raad acht het beleid van verweerder om alleen te herzien bij een aperte, verwijtbare fout niet onredelijk en concludeert dat een dergelijke fout niet is gemaakt.
Verder is de redelijke termijn voor de procedure niet overschreden, aangezien de totale duur van bezwaar en beroep minder dan tweeënhalf jaar bedroeg. Het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt daarom afgewezen. De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.