ECLI:NL:CRVB:2014:1533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor fysiotherapie wegens ontbreken dringende redenen
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor fysiotherapiekosten in 2012, welke door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg is afgewezen op grond dat een voorliggende voorziening beschikbaar is en er geen zeer dringende redenen zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep betoogden appellanten dat er sprake is van een acute noodsituatie, onderbouwd met verklaringen van de behandelend reumatoloog, huisarts en fysiotherapeut. Zij stelden dat zonder behandeling ernstige verslechtering van de gezondheid zou optreden.
De Raad oordeelde dat artikel 16, eerste lid, WWB alleen bijstand toelaat bij acute noodsituaties die levensbedreigend zijn of blijvend ernstig letsel kunnen veroorzaken. De ingebrachte medische verklaringen boden onvoldoende bewijs voor een dergelijke situatie. De fysiotherapeut stelde voortzetting van therapie noodzakelijk, maar dit impliceerde geen levensbedreiging of blijvend ernstig letsel.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor fysiotherapie wordt bevestigd wegens ontbreken van zeer dringende redenen.