ECLI:NL:CRVB:2014:1496

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 april 2014
Publicatiedatum
2 mei 2014
Zaaknummer
12-2477 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Eerste Protocol EVRMBesluit vrijwillige verzekering AOW en ANW 19 december 2005
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating vrijwillige verzekering ANW na terugkeer naar Marokko

Appellante verzocht namens haar overleden echtgenoot, die na jarenlang in Nederland te hebben gewoond en gewerkt, met behoud van AOW-uitkering naar Marokko was teruggekeerd, om toelating tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit, waarna de rechtbank Amsterdam het besluit handhaafde.

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van discriminatie op grond van nationaliteit, aangezien de vrijwillige verzekering alleen openstaat voor in de Europese Unie woonachtige personen. Tevens werd overwogen dat, indien de verzekering als eigendomsrecht wordt beschouwd, de ontneming daarvan gerechtvaardigd en passend is, omdat de echtgenoot zich bij vertrek had kunnen aanmelden voor de vrijwillige verzekering.

In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze overwegingen bevestigd. De Raad voegde toe dat personen van wie de verplichte ANW-verzekering eindigt, de mogelijkheid hebben zich aansluitend vrijwillig te verzekeren tegen een premie gebaseerd op het werkelijke inkomen. De Svb had bovendien tijdig geïnformeerd dat bij vertrek naar Marokko de verzekering eindigde. De Raad wees het beroep af en bevestigde het bestreden besluit.

Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.

Uitspraak

12/2477 ANW
Datum uitspraak: 25 april 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
16 maart 2012, 11/4626 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante], wonende te [plaatsnaam], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben toestemming gegeven het onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.
De Raad heeft ingestemd met het verzoek van mr. De Roy van Zuydewijn om de zaak aan te houden in afwachting van een beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een aantal klachten van deze gemachtigde in enkele met dit geding vergelijkbare zaken. Met een brief van 4 maart 2014 heeft mr. De Roy van Zuydewijn laten weten dat de klachten door het EHRM zijn afgewezen.
2.1.
De echtgenoot van appellante, [naam echtgenoot] ([H.]), heeft in Nederland gewoond en gewerkt. Hij is eind 2002, met behoud van zijn uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), naar Marokko teruggekeerd. Hij is op 24 juni 2005 aldaar overleden.
2.2.
De Svb heeft bij besluit van 19 mei 2011 geweigerd [H.], dan wel appellante namens hem, toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van
18 augustus 2011 (bestreden besluit).
3.
De rechtbank heeft geen redenen gezien het bestreden besluit te vernietigen. Zij heeft daarbij overwogen dat appellante heeft verzocht om toelating tot de vrijwillige verzekering met een beroep op het Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor de in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden van 19 december 2005, Stb. 720 (KB 720). Appellante meent dat sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid naar nationaliteit door [H.] niet toe te laten omdat hij niet woonachtig was in de Europese Unie. De rechtbank is, onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 15 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3847, van oordeel dat er geen sprake is van discriminatie naar nationaliteit. Daarnaast heeft de rechtbank overwogen dat, zo de vrijwillige verzekering al aangemerkt zou kunnen worden als een vorm van eigendom, dan wel een recht dat binnen het bereik van het eigendomsbegrip valt als bedoeld in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Eerste Protocol), de ontneming daarvan gerechtvaardigd en passend is. [H.] had zich immers, toen hij naar Marokko terugkeerde, kunnen aanmelden voor de vrijwillige verzekering voor de ANW.
4.
In hoger beroep is door en namens appellante herhaald wat al eerder was aangevoerd.
5.1.
De Raad ziet geen aanleiding tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. Voor de motivering van dit oordeel wordt aangesloten bij de overwegingen van de rechtbank. Hieraan wordt nog toegevoegd dat de Raad in zijn uitspraak van 26 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM6338, met betrekking tot het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol heeft overwogen dat personen van wie de verplichte ANW-verzekering is geëindigd, in de gelegenheid zijn gesteld zich aansluitend vrijwillig te verzekeren tegen een premie die wordt berekend naar het daadwerkelijk genoten inkomen. Voor zover de verzekering ingevolge de ANW zou kunnen worden gekwalificeerd als een eigendomsrecht, is voor het ontnemen hiervan op deze wijze een toereikende compensatie geboden. Bovendien heeft de Svb [H.] bij brief van 21 maart 2003 laten weten dat hij door zijn vertrek naar Marokko niet meer verzekerd was voor de volksverzekeringen. Als deze mededeling voor [H.] niet duidelijk was geweest, had het op zijn weg gelegen hierover in contact te treden met de Svb.
5.2.
Uit 5.1 volgt dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.
6.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 april 2014.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) I.J. Penning

NW