Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante werd in 2002 hersteld verklaard en haar Ziektewet-uitkering ingetrokken, een besluit dat onherroepelijk is. In 2005 weigerde het Uwv een WAO-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van onafgebroken arbeidsongeschiktheid, ook dit besluit is onherroepelijk. Appellante verzocht herhaaldelijk om herziening van deze besluiten, onder verwijzing naar een medische brief van psychiater Kramer uit 2006.
Het Uwv wees deze verzoeken af wegens het ontbreken van nieuwe feiten zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzingen ongegrond, omdat de brief van 17 mei 2006 geen nieuwe feiten bevatte ten opzichte van de eerdere brief van 16 januari 2006, welke reeds in eerdere procedures was beoordeeld.
In hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De brief van 17 mei 2006 is weliswaar nieuw, maar bevat geen nieuwe medische feiten of veranderde omstandigheden. De Raad bevestigt dat het Uwv bevoegd en redelijk heeft gehandeld door de verzoeken af te wijzen en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herzieningsverzoeken wordt bevestigd.