ECLI:NL:CRVB:2014:1460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging bijstand wegens niet-ondertekenen trajectplannen en weigering arbeidsinschakeling
Appellanten ontvingen bijstand en werden verplicht mee te werken aan arbeidsinschakeling. Zij weigerden trajectplannen te ondertekenen, waarop het college de bijstand met 100% verlaagde voor een maand. De Raad oordeelt dat het niet-ondertekenen van trajectplannen geen weigering van een concrete voorziening inhoudt, maar wel een belemmering vormt voor arbeidsinschakeling. Daarom wordt de verlaging herzien tot 30% voor een maand.
Daarnaast weigerde appellant mee te werken aan een traject bij een montagebedrijf, wat leidde tot een verlaging van 100% voor twee maanden. De Raad bevestigt deze maatregel, omdat sprake is van verwijtbaar gedrag zonder miscommunicatie en recidive binnen twaalf maanden, waardoor de duur verdubbeld kon worden.
De Raad vernietigt het eerste bestreden besluit en bevestigt het tweede, veroordeelt het college in de proceskosten voor appellanten en bepaalt vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 22 april 2014.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens niet-ondertekenen trajectplannen wordt vastgesteld op 30% voor een maand, de verlaging wegens weigering arbeidsinschakeling wordt bevestigd met verdubbeling van de duur.