ECLI:NL:CRVB:2014:1453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in socialezekerheidszaak
In deze zaak heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Tijdens de zitting op 5 februari 2014 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft vervolgens verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.
De Raad overweegt dat de proceskosten van de eerdere beroepsprocedure niet binnen het kader van het hoger beroep vallen, aangezien betrokkene daartegen geen hoger beroep heeft ingesteld. Wel kan de Raad op verzoek van betrokkene appellant veroordelen in de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt voor de behandeling van het hoger beroep.
De Raad bepaalt dat appellant veroordeeld wordt tot betaling van € 487,- aan proceskosten, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, voorzitter, met M.M. Spaans als griffier, op 30 april 2014.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 487,- aan proceskosten aan betrokkene.