ECLI:NL:CRVB:2014:1447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de medische beperkingen en de geschiktheid voor de geduide functies zorgvuldig waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist was vastgesteld, met onvoldoende rekening gehouden met zijn hersenletsel, dyslexie en concentratieproblemen. Ook betwistte hij de urenbeperking en de vaststelling van het maatmanloon, stellende dat dit hoger zou moeten zijn op grond van zijn diploma en stage-ervaring.
De Raad onderschrijft het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, die de medische beperkingen bevestigt en de FML niet aanpast. De bezwaararbeidsdeskundige weerlegt de bezwaren tegen de arbeidskundige beoordeling. De Raad oordeelt dat het maatmanloon terecht is vastgesteld volgens de hoofdregel van het Schattingsbesluit, en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.