ECLI:NL:CRVB:2014:1378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als algemeen medewerker in een restaurant, viel op 1 december 2008 uit wegens lichamelijke klachten. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport werd vastgesteld dat zij beperkingen heeft door nierklachten en een tengere postuur, maar geschikt is voor drie andere functies. Het UWV besloot op 3 december 2010 dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
In bezwaar werd de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) enigszins aangepast, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank oordeelde dat het besluit op een deugdelijke medische grondslag berust en dat appellante geschikt is voor de functies. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen, mede door nierklachten, migraine en psoriasis.
De Raad stelde vast dat de beperkingen in de FML rekening houden met de nierklachten en dat het onderzoek zorgvuldig was. Ook de geschiktheid voor de functies is voldoende aangetoond. Er zijn geen nieuwe gegevens die het eerdere oordeel ondergraven. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.