ECLI:NL:CRVB:2014:1319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens herstel besluit sociale zekerheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda inzake een besluit van de commissie sociale zekerheid van de gemeente Breda. De Raad gaf bij een tussenuitspraak opdracht aan de commissie om het besluit van 6 oktober 2010 te herstellen. De commissie verklaarde het bezwaar gegrond omdat geen sprake was van een maatregelwaardige gedraging.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om de commissie te veroordelen in de proceskosten. De commissie maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
De Raad oordeelde dat de intrekking van het hoger beroep gerechtvaardigd was omdat de commissie aan appellant was tegemoetgekomen door het besluit te herstellen. Op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet veroordeelde de Raad de commissie in de proceskosten van appellant, begroot op €1.977,40 voor beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De commissie sociale zekerheid van Breda is veroordeeld tot betaling van €1.977,40 aan proceskosten aan appellant.