ECLI:NL:CRVB:2014:1311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs woonadres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Het college stelde een onderzoek in vanwege twijfels over de woon- en leefsituatie van appellant en trok de bijstand met terugwerkende kracht in, gevolgd door terugvordering van kosten. Appellant diende een nieuwe aanvraag in die werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, maar de Raad vernietigt het besluit van het college volledig.
De Raad oordeelt dat het college onvoldoende bewijs heeft geleverd dat appellant niet daadwerkelijk op het uitkeringsadres woonde. Het onderzoek toonde geen overtuigende aanwijzingen, en de verklaringen van appellant over zijn sobere levenswijze, verbouwing en verblijf bij zijn ex-partner tijdens vakantie zijn plausibel. Het college kon het standpunt niet aannemelijk maken dat appellant zijn hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres had.
Daarom vernietigt de Raad het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand en het besluit tot afwijzing van de nieuwe aanvraag. Tevens veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van kosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen op 22 april 2014.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld in de kosten van appellant.