ECLI:NL:CRVB:2014:1277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant meldde zich in 2005 ziek met knie-, buik- en psychische klachten en ontving diverse uitkeringen, waaronder een Ziektewetuitkering wegens psychische klachten door drugsgebruik. Het UWV trok in juni 2012 de Ziektewetuitkering per 2 juli 2012 in, omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt werd geacht voor de maatgevende arbeid. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn psychische klachten waren toegenomen en dat medicijngebruik het werken belemmerde.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor de functie van stikker meubelkleding. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor toename van lichamelijke of psychische beperkingen rond de datum in geding en verwierp de stelling dat medicijngebruik het werken belemmerde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische informatie verouderd was en dat hij rond de datum in geding geen medicatie gebruikte, waardoor psychische klachten waren toegenomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische gegevens en rapporten onvoldoende bevestigen dat er sprake was van toename van psychische klachten rond de datum in geding. De Raad vond het onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en zag geen reden om de functie stikker ongeschikt te achten.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Ziektewetuitkering omdat appellant voldoende arbeidsgeschikt is bevonden na zorgvuldig medisch onderzoek.