ECLI:NL:CRVB:2014:1257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd geconfronteerd met een onderzoek naar de rechtmatigheid van haar bijstandsverlening vanwege het niet opgeven van diverse auto’s die op haar naam stonden. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen trok de bijstand over meerdere maanden in en vorderde de kosten terug, omdat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de auto’s slechts als familie- en vriendendienst op haar naam stonden en dat zij geen inkomsten had verkregen. Tevens voerde zij aan dat haar verklaring zonder tolk was afgelegd en niet was ondertekend, waardoor geen sprake zou zijn van schending van de inlichtingenverplichting. Ook stelde zij dat het toepassen van de maatregel tot willekeur leidde.
De Raad oordeelde dat het aannemelijk was dat er handelsactiviteiten hadden plaatsgevonden met de auto’s en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het om louter familie- en vriendendiensten ging. De verklaringen waren niet consistent en er ontbraken deugdelijke aankoop- of verkoopbewijzen. De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De opgelegde maatregel was passend gezien de ernst van de gedraging en de omstandigheden, en het beroep op willekeur faalde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking, terugvordering en opgelegde maatregel wegens schending van de inlichtingenverplichting.