ECLI:NL:CRVB:2014:1252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging bijstand wegens weigering arbeidsinschakeling door onjuiste verordening
Appellant ontving bijstand en weigerde herhaaldelijk een door het college aangeboden arbeidsvoorziening bij Roteb. Het college legde daarop meerdere verlagingen van de bijstand op als maatregel. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het werk niet passend was vanwege medische beperkingen en dat de opgelegde maatregelen onjuist en te hoog waren. De Raad oordeelde dat artikel 8 van Pro de gemeentelijke Verordening afstemming en handhaving WWB Rotterdam 2009 niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat het geen criteria bevatte voor hoogte en duur van de verlagingen. Hierdoor ontbrak een juiste wettelijke grondslag voor de besluiten.
De Raad vernietigde de bestreden besluiten en de aangevallen uitspraken van de rechtbank. De Raad wees erop dat het college niet bevoegd is om de criteria voor verlagingen vast te stellen; dit is een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van kosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: De besluiten tot verlaging van de bijstand worden vernietigd wegens het ontbreken van een juiste wettelijke grondslag.