ECLI:NL:CRVB:2014:1216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening ouderdomspensioen bij duurzaam gescheiden leven
Appellant, geboren in 1945, vroeg een ouderdomspensioen aan op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarbij hij aangaf gehuwd te zijn maar duurzaam gescheiden te leven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende hem in 2010 een pensioen toe op gehuwdennorm, omdat hij niet als duurzaam gescheiden levend werd beschouwd. Appellant maakte hiertegen geen bezwaar.
In 2011 weigerde de Svb terug te komen op het besluit. Pas in 2012 verzocht appellant opnieuw om herziening, waarbij hij stelde al sinds 1997 duurzaam gescheiden te leven. De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna de rechtbank oordeelde dat de besluiten voor het verleden onaantastbaar waren, maar dat vanaf de datum van het verzoek het pensioen moest worden herzien naar de ongehuwdennorm.
In hoger beroep betwist appellant de ingangsdatum van de herziening, stellende dat de situatie sinds de toekenning ongewijzigd was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat voor het verleden geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die herziening rechtvaardigen, maar dat voor de toekomst het pensioen terecht is aangepast. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot herziening van het ouderdomspensioen voor het verleden bevestigd.