ECLI:NL:CRVB:2014:1168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks arbeidsbeperkingen
Appellante vroeg op 21 februari 2011 een Wajong-uitkering aan. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat zij voor minder dan 25% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwden dat zij passend werk kon verrichten.
In hoger beroep stelde appellante dat zij intensieve en specialistische begeleiding nodig had en daarom niet in de reguliere sector kon functioneren. De Raad oordeelde dat deze gronden reeds waren behandeld en dat de rechtbank deze terecht had verworpen. De medische beperkingen waren licht en de arbeidskundige beoordeling toonde aan dat de geduide functies geschikt waren, met voldoende rekening gehouden met haar beperkingen.
De Raad concludeerde dat de door appellante overgelegde rapporten in het kader van de Wet sociale werkvoorziening niet tot andere beperkingen leidden dan reeds in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren opgenomen. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat zij meer dan 75% van het wettelijk minimumloon kon verdienen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.