ECLI:NL:CRVB:2014:1142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling bijstandsaanvraag en terugvordering voorschot
Appellant diende op 2 februari 2011 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen. Het college verzocht appellant om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften over een specifieke periode, met een hersteltermijn. Appellant voldeed hieraan niet. Vervolgens stelde het college de aanvraag buiten behandeling en vorderde het een eerder verleend voorschot terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant slechts de kamerhuurovereenkomst had overgelegd. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en betwistte de buiten behandelingstelling en de terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde bankafschriften had verstrekt. Tevens was het college bevoegd het voorschot terug te vorderen volgens artikel 58 WWB Pro. De Raad vond geen reden om af te wijken van het beleid en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd terecht buiten behandeling gesteld en het voorschot mocht worden teruggevorderd.