ECLI:NL:CRVB:2014:1112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating vrijwillige verzekering AOW wegens overschrijding aanmeldtermijn
Appellante, geboren in 1944, woonde van 1949 tot 1963 met haar ouders in België en keerde daarna terug naar Nederland. Haar vader was vrijwillig verzekerd voor de AOW vanaf 1957 tot 1972. Appellante verzocht om toelating tot de vrijwillige verzekering voor de AOW over de periode 1959-1963, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af vanwege het niet tijdig aanmelden binnen de wettelijke termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat er geen gronden waren om de overschrijding van de aanmeldtermijn te verontschuldigen. Appellante kon niet vertrouwen op meeverzekering met haar vader en woonde sinds 1963 niet meer bij hem. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het Nederlands-Belgisch verdrag werd verworpen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de uitspraak onzorgvuldig en partijdig was, dat zij onvoldoende geïnformeerd was en dat er onrechtvaardige verschillen werden gemaakt. De Raad oordeelde echter dat de Svb geen algemene informatieplicht had en dat appellante zelf verantwoordelijk was voor tijdige oriëntatie. Bovendien was geen sprake van een vaste gedragslijn die haar gelijk zou geven.
De Raad bevestigde dat de overschrijding van de aanmeldtermijn niet verschoonbaar was en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verdrag niet slaagden. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de vrijwillige verzekering voor de AOW wordt afgewezen wegens niet tijdig aanmelden en onvoldoende verschoonbare omstandigheden.