ECLI:NL:CRVB:2014:1095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Wentholt
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als schoonmaker, ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100%. Na het verstrijken van de loongerelateerde uitkeringsperiode onderzocht een verzekeringsarts van het UWV appellant en stelde beperkingen vast, waarna de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 52,62%. Het UWV wijzigde daarop de mate van arbeidsongeschiktheid en beëindigde de loongerelateerde WGA-uitkering, waarna appellant een WGA-loonaanvullingsuitkering kreeg toegekend.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat ten onrechte geen IVA-uitkering was toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er een meer dan geringe kans op herstel bestaat, mede op basis van een verklaring van een behandelaar van een centrum voor transculturele geestelijke gezondheidszorg en de reactie van de bezwaarverzekeringsarts.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat geen duurzame arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. De medische onderbouwing van het bestreden besluit was gebaseerd op verzekeringsgeneeskundig onderzoek en informatie van de behandelend huisarts, anesthesioloog en psychiater. Appellant had geen medische stukken overgelegd die twijfel zaaiden over deze onderbouwing.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzame arbeidsongeschiktheid.