ECLI:NL:CRVB:2014:1080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging normtijden huishoudelijke verzorging voor alleenstaande in seniorenwoning
Appellant stelde dat vanwege zijn verslechterde gezondheid meer uren huishoudelijke verzorging noodzakelijk waren dan door het college vastgesteld op basis van normtijden voor een alleenstaande in een seniorenwoning/flat. De Raad oordeelde dat de feitelijke situatie van appellant, die een gelijkvloers appartement bewoont, vergelijkbaar is met een flat, waardoor het college terecht van deze normtijden is uitgegaan.
De door appellant aangevoerde medische verklaring van zijn huisarts bood geen onderbouwing voor extra uren huishoudelijke hulp. Hierdoor werd zijn stelling verworpen. Het hoger beroep slaagde niet en de eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag werd bevestigd.
Daarnaast werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 maart 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de normtijden voor huishoudelijke verzorging worden bevestigd.