ECLI:NL:CRVB:2014:1064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfskapitaal en bijstand wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant, bijstandontvanger sinds 2009, vroeg op 9 juni 2011 bedrijfskapitaal en bijstand voor levensonderhoud aan om een speciaalzaak in Surinaamse delicatessen te starten. Het college vroeg advies aan FBA Adviesgroep, die concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar is vanwege matige vooruitzichten, hoge huurprijs en onvoldoende cashflow om aan aflossingsverplichtingen te voldoen.
Appellant betwistte het advies en stelde dat FBA onzorgvuldig te werk ging en verkeerde cijfers gebruikte. De rechtbank wees het beroep tegen de afwijzing van het college af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het college zich op het deskundige advies mocht baseren en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het advies onjuist of onzorgvuldig was.
De Raad oordeelde dat FBA terecht vergelijkbare branches gebruikte bij gebrek aan specifieke data en dat de omzetverlaging en aflossingstermijn van vijf jaar adequaat waren gemotiveerd. Appellant kon geen objectief tegenadvies overleggen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bedrijfskapitaal en bijstand wordt bevestigd omdat het bedrijf niet levensvatbaar is.