ECLI:NL:CRVB:2014:1030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant, werkzaam als medewerker tuinbouw, meldde zich ziek na een val met een polsbreuk en psychische klachten. Het UWV beëindigde zijn Ziektewet-uitkering op basis van medische onderzoeken waaruit bleek dat appellant weer in staat was zijn arbeid te verrichten. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische en fysieke beperkingen waren onderschat en dat zijn medicatie zijn reactievermogen negatief beïnvloedde, wat gevaarlijke situaties op het werk kon veroorzaken. De Raad stelde vast dat de maatgevende arbeid de laatst verrichte werkzaamheden als medewerker tuinbouw betrof, en dat de medische rapporten van het UWV gebaseerd waren op zorgvuldige onderzoeken.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellant geen medische belemmering vormden voor het verrichten van zijn arbeid en dat er geen aanwijzingen waren dat medicatie zijn arbeidshervatting verhinderde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; beëindiging Ziektewet-uitkering bevestigd.