Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster was door haar zorgverzekeraar Menzis aangemeld bij het College voor zorgverzekeringen (Cvz) wegens een betalingsachterstand van zes maandpremies. Cvz heeft haar vervolgens geïnformeerd over de verschuldigde bestuursrechtelijke premie en de inhouding daarvan op haar inkomen uit loondienst. Nadat het dienstverband van verzoekster eindigde, kon inhouding op het loon niet meer plaatsvinden en moest zij de premie zelf voldoen via acceptgiro’s van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB).
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van Cvz en stelde onder meer dat zij ten onrechte als wanbetaler was aangemeld en dat zij geen acceptgiro’s wilde ontvangen maar inhouding op haar inkomen wenste. Cvz verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Limburg bevestigde dit oordeel. Verzoekster stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verschuldigdheid en hoogte van de bestuursrechtelijke premie niet bij de bestuursrechter kunnen worden aangevochten. De rechtbank had terecht geoordeeld dat inhouding op het loon niet meer mogelijk was en dat inning via het CJIB conform het beleid was. Er was geen aanleiding om van het beleid af te wijken. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en aangevallen uitspraak bevestigd.