ECLI:NL:CRVB:2013:CA3235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning ouderdomspensioen AOW met beperkte terugwerkende kracht bij bijzonder geval
Betrokkene, geboren in 1940 en van Marokkaanse nationaliteit, vroeg om toekenning van een ouderdomspensioen ingevolge de AOW. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit aanvankelijk af omdat betrokkene niet verzekerd was geweest onder de AOW en geen aanspraak kon maken op een Nederlands pensioen op grond van het verdrag met Marokko.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende het pensioen toe met ingang van 1 juli 2005, omdat sprake was van een bijzonder geval. De Svb stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte zelf de ingangsdatum had vastgesteld zonder onderzoek naar hardheid, hetgeen onderdeel is van het beleid bij toepassing van terugwerkende kracht.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat sprake was van een bijzonder geval, maar dat het beleid van de Svb met betrekking tot de terugwerkende kracht niet was meegenomen. De Svb mocht het pensioen slechts met een terugwerkende kracht van één jaar toekennen indien sprake was van hardheid, wat inhoudt dat het netto-inkomen onder de minimumnorm was gedaald door het niet tijdig aanvragen van het pensioen.
Gezien het inkomen van de echtgenoot van betrokkene en het ontbreken van bijzondere uitgaven, was er geen sprake van hardheid vanaf juli 2005. Daarom was de beslissing van de Svb om het pensioen niet verder terugwerkend toe te kennen terecht. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat een ingangsdatum van 1 juli 2005 bepaalde en bevestigde het besluit van 8 oktober 2010 van de Svb.
De Svb werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De Raad vernietigt de ingangsdatum van 1 juli 2005 en bevestigt dat het pensioen slechts met één jaar terugwerkende kracht wordt toegekend.