ECLI:NL:CRVB:2013:CA3223

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12-4863 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.1 Wsf 2000Art. 3.17 Wsf 2000Art. 5.3 Wsf 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vordering wegens meerinkomen bij studiefinanciering en OV-studentenkaart

Appellant heeft voor het jaar 2008 studiefinanciering ontvangen in de vorm van een lening, collegegeldkrediet en een reisvoorziening. De Minister stelde een vordering wegens meerinkomen vast omdat appellant de bijverdiengrens overschreed.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze vordering ongegrond en oordeelde dat de bijverdiengrens ook geldt voor de OV-studentenkaart. Appellant stelde in hoger beroep dat de OV-studentenkaart geen reguliere lening is die moet worden terugbetaald.

De Raad overweegt dat de OV-studentenkaart een prestatiebeurs is, een rentedragende lening die onder voorwaarden kan worden omgezet in een gift, en dat er geen sprake is van dubbele terugbetaling. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de vordering wegens meerinkomen terecht is vastgesteld en dat de OV-studentenkaart geen reguliere lening is die terugbetaald moet worden.

Uitspraak

12/4863 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 17 juli 2012, 11/454 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)
Datum uitspraak: 14 juni 2013
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 3 mei 2013. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN
1.1. Aan appellant is, voor zover hier van belang, over het jaar 2008 studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) toegekend in de vorm van een lening en een collegegeldkrediet. Van deze studiefinanciering maakte daarnaast een reisvoorziening deel uit.
1.2. Bij besluit van 16 april 2011 heeft de Minister appellant meegedeeld dat ten laste van appellant een vordering wegens meerinkomen is vastgesteld omdat appellant in 2008 de bijverdiengrens heeft overschreden.
2. De Minister heeft het tegen het besluit van 16 april 2011 ingediende bezwaarschrift bij besluit van 20 juni 2011 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering terecht en op juiste gronden vastgesteld. Daartoe is overwogen dat de stelling dat de bijverdiengrens niet geldt voor de OV-studentenkaart gelet op artikel 3.17 van de Wsf 2000 geen doel treft.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van wat er in de procedure bij de rechtbank naar voren is gebracht. De Raad ziet geen aanleiding over de beroepsgronden anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Hij maakt dat oordeel en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen tot de zijne.
4.2. Anders dan appellant meent is de OV-studentenkaart geen reguliere rentedragende lening die moet worden terugbetaald. Ingevolge artikel 5.3 en artikel 1.1, eerste lid, van de Wsf 2000 wordt een OV-studentenkaart verstrekt als prestatiebeurs, zijnde een rentedragende lening die onder voorwaarden kan worden omgezet in een gift. Van een dubbele (terug)betaling is dan ook geen sprake. De Raad wijst in dit verband ook op het bepaalde in artikel 3.17, tiende lid, van de Wsf 2000.
4.3. Hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2 betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2013.
(getekend) M.C. Bruning
(getekend) K.E. Haan
QH