ECLI:NL:CRVB:2013:CA3212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en giften
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd na een controle op haar bankafschriften geconfronteerd met een herziening en terugvordering van bijstand over de periode 2002-2008. Het college stelde dat zij de inlichtingenverplichting had geschonden door kasstortingen en overboekingen, waaronder giften van haar broer, niet te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak omdat de rechtbank haar oordeel niet baseerde op de juiste grondslag. De Raad oordeelde dat de kasstortingen en overboekingen als inkomen moesten worden beschouwd en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden, ook al beheerst zij de Nederlandse taal niet goed.
De Raad stelde dat het college terecht de bijstand had herzien en ingetrokken en dat de terugvordering van ruim €48.000 gerechtvaardigd was. De financiële gevolgen van terugvordering kunnen later via beschermingsregels worden afgewikkeld. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard en de griffierechten werden aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.