ECLI:NL:CRVB:2013:CA2760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- T. Hoogenboom
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op intrekking Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant ontving sinds 1991 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die later voortvloeide in een Wajong-uitkering. In 2004 trok het UWV deze uitkering in op grond van een beoordeling dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Appellant stelde dat het besluit was gebaseerd op onjuiste feiten en dat er sprake was van blijvende psychische klachten die niet waren meegewogen.
Na een eerdere afwijzing van bezwaar en beroep, diende appellant in 2009 een nieuwe aanvraag in die door het UWV werd opgevat als een verzoek om terug te komen op het intrekkingsbesluit. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de medische stukken en rapporten die appellant overlegt geen nieuwe feiten bevatten die relevant zijn voor de situatie op het moment van intrekking in 2004. Ook het gebrek aan ziekte-inzicht bij appellant is onvoldoende om het besluit te herzien. De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het besluit en bevestigt de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het intrekkingsbesluit van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.