ECLI:NL:CRVB:2013:CA2434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante verzocht om een WIA-uitkering op grond van vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds eind 2006. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had dit verzoek afgewezen omdat geen toename van medische beperkingen was vastgesteld. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was uitgevoerd en goed gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij eind 2008 volledig arbeidsongeschikt was door ernstige psychiatrische problematiek. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit op een juiste medische grondslag berust. De Raad gaf meer gewicht aan het oordeel van de door het Uwv ingeschakelde psychiater dan aan dat van de behandelend psychiater.
De Raad concludeerde dat uit de medische gegevens geen bewijs is dat er eind 2008 sprake was van een ziekte of gebrek die tot toegenomen beperkingen leidde. Ook nieuw ingebrachte informatie in hoger beroep bood geen aanleiding om het oordeel van het Uwv te herzien. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.