ECLI:NL:CRVB:2013:CA1988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Appellant werkte als oproepkracht in een snackbar en gaf aan minder uren te werken dan uit onderzoek bleek. Een handhavingsspecialist stelde vast dat appellant meer uren werkte dan opgegeven, inclusief onbetaalde werkzaamheden.
Het college trok daarom de bijstand met ingang van 1 maart 2011 in vanwege het niet nakomen van de inlichtingenplicht. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant meer uren werkte dan opgegeven en dat appellant zijn verklaring niet aannemelijk had weerlegd. De Raad stelde vast dat de intrekking van de bijstand terecht was omdat onzekerheid bestond over de omvang van de werkzaamheden en het inkomen.
De Raad wees erop dat het aan het college is om de feiten te onderzoeken en dat appellant niet had voldaan aan zijn verplichting om correcte informatie te verstrekken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering per 1 maart 2011 wordt bevestigd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.