ECLI:NL:CRVB:2013:CA1023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij Belastingdienst
Appellant was werkzaam bij de Belastingdienst en hield een kleine kas aan voor consumpties en andere doeleinden, ondanks een verbod dit na 2006 voort te zetten. Uit onderzoek bleek dat hij betalingen van docenten niet volledig aan de boekhouding afdroeg en dat er onjuiste facturering plaatsvond.
De staatssecretaris legde appellant onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de gedragingen van appellant als plichtsverzuim kwalificeren, dat hem deze gedragingen kunnen worden toegerekend en dat het ontslag niet onevenredig is gezien de ernst van het vergrijp. De langdurige goede staat van dienst van appellant woog niet zwaarder dan het belang van de werkgever bij integriteit.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.