ECLI:NL:CRVB:2013:CA0848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid tomatenplukker
Appellant was werkzaam als tomatenplukker en ontving vanaf september 2009 een WW-uitkering. Vanaf mei 2011 meldde hij zich ziek met psychische en rugklachten. Een verzekeringsarts van het UWV stelde op 16 mei 2011 vast dat appellant per 17 mei 2011 zijn eigen arbeid weer kon verrichten. Het UWV beëindigde daarop de Ziektewet-uitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de relatie tussen zijn psychische en lichamelijke klachten en de aard van zijn functie, en dat het UWV onvoldoende overleg had gepleegd met zijn behandelaars.
De Raad overwoog dat de verzekeringsarts geen aanwijzingen vond voor ernstige psychische beperkingen en dat de functie van tomatenplukker geen psychisch belastende aspecten bevatte. Ook waren er geen objectieve beperkingen aan de rug vastgesteld. Het in hoger beroep overgelegde rapport van een alternatieve instelling werd niet als gelijkwaardig aan medisch specialistisch onderzoek beschouwd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.