ECLI:NL:CRVB:2013:CA0755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WIA-functies bevestigd
Appellant, werkzaam als timmerman, meldde zich ziek wegens psychische klachten en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Het Uwv beëindigde deze uitkering omdat appellant geschikt werd geacht voor functies die in het kader van de WIA-beoordeling aan hem waren voorgehouden.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld, met name door rug- en elleboogklachten, en dat een nieuwe Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en arbeidskundig onderzoek noodzakelijk waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er voldoende medische grondslag was voor het oordeel van het Uwv.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De medische rapportages vormden een voldoende basis, en de psychische klachten waren meegenomen. De ingebrachte medische informatie overtuigde niet van toegenomen beperkingen op het moment van beoordeling. De Raad stelde dat bij een ZW-beoordeling geen nieuwe FML of arbeidskundig onderzoek vereist is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor ten minste één WIA-functie en wijst het hoger beroep af.