ECLI:NL:CRVB:2013:CA0743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in WW-uitkeringszaak
In deze zaak heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de WW-uitkering van A.J. S. beëindigd en onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd. Na het overlijden van S. heeft zijn weduwe namens de erven beroep ingesteld tegen het besluit. Dit beroep werd elektronisch ingediend en op 11 april 2012 ontvangen, terwijl de beroepstermijn op 10 april 2012 eindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat haar emotionele toestand en medicijngebruik haar belemmerden de termijn te respecteren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze omstandigheden niet voldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De Raad baseerde zijn oordeel op de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omtrent de termijn, ontvangst van het beroepschrift en de mogelijkheid tot niet-ontvankelijkverklaring bij verzuim. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
De beslissing werd uitgesproken door rechter H.G. Rottier op 22 mei 2013.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.