ECLI:NL:CRVB:2013:CA0567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet tijdig beslissen WWB-aanvraag
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen door het college op haar aanvraag om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) van 23 januari 2007. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard omdat het college binnen de termijn van acht weken na een eerdere uitspraak van de Raad had beslist.
Appellante stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte nog acht weken kreeg om te beslissen en dat zij daarom recht had op een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het schrijven van appellante van 25 november 2009 terecht als ingebrekestelling was aangemerkt en dat het college na de uitspraak van de Raad nog acht weken had om te beslissen.
Omdat het college binnen deze termijn op 18 december 2009 een besluit heeft genomen, was er geen sprake van een situatie waarin het college in gebreke was en bestond er geen grond voor het toekennen van een dwangsom. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd omdat het college binnen de wettelijke termijn heeft beslist.