ECLI:NL:CRVB:2013:CA0564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand sinds januari 2007 en het college van burgemeester en wethouders van Almere trok deze bijstand per 31 januari 2008 in wegens vermeende gezamenlijke huishouding met haar partner op een ander adres. Het college baseerde dit op een onderzoek met dossieronderzoek, waarnemingen en verklaringen van buurtbewoners.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat de enkele waarneming dat appellante het adres van haar partner verliet, de onzekere herkenning door buurtbewoners en het feit dat zij zich op internet als gehuwd presenteren onvoldoende bewijs vormen voor een gezamenlijke huishouding. Bovendien woonden appellante en haar partner niet op hetzelfde adres.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en herroept het intrekkingsbesluit. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante. De Raad sluit uit dat het college alsnog aannemelijk kan maken dat sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf 31 augustus 2008 en wijst op het ontbreken van een deugdelijke grondslag voor intrekking van de bijstand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.