ECLI:NL:CRVB:2013:CA0549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen bijstandsbesluit
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college stelde een eerste aanvraag buiten behandeling wegens onvoldoende gegevens en kende later bijstand toe met ingang van een latere datum. Appellant maakte bezwaar tegen de datum van toekenning en tegen het buiten behandeling stellen van de eerste aanvraag, maar deed dit te laat.
De rechtbank oordeelde dat appellant werd bijgestaan door een professionele hulpverlener van Vluchtelingenwerk, waardoor de termijnoverschrijding aan hem moest worden toegerekend. Appellant stelde in hoger beroep dat Vluchtelingenwerk vooral uit vrijwilligers bestaat en hij onvoldoende kennis had van de Nederlandse procedures.
De Raad concludeert dat de hulpverlener wel degelijk op de hoogte was van het belang van tijdig bezwaar maken en dat het nalaten daarvan voor risico van appellant komt. Ook het gebrek aan kennis van appellant en de communicatie van het college rechtvaardigen geen afwijking van het uitgangspunt dat geen bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.