ECLI:NL:CRVB:2013:CA0342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhoging WGA-vervolguitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarbij haar WGA-vervolguitkering werd vastgesteld op 42% van €1.520,20 met ingang van 3 februari 2010. Na herbeoordeling werd de mate van arbeidsongeschiktheid verhoogd naar 64,93%, wat leidde tot een hoger uitkeringspercentage. De rechtbank had het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellante dat geen inkomenseis op haar van toepassing was omdat deze niet was gesteld bij de toekenning en dat de aanzegjurisprudentie verhinderde dat in bezwaar nieuwe functies werden geselecteerd. De Raad overwoog dat de inkomenseis wel degelijk geldt en dat het UWV terecht een misslag in een eerder besluit heeft hersteld. De aanzegjurisprudentie is alleen van toepassing bij verlaging van de arbeidsongeschiktheid, niet bij verhoging.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot verhoging van de WGA-vervolguitkering wordt bevestigd.