ECLI:NL:CRVB:2013:CA0318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante was sinds 1 januari 2008 werkzaam als gordijnnaaister en meldde zich op 28 september 2009 ziek met lichamelijke en psychische klachten, waarna zij een Ziektewet-uitkering ontving. Het UWV beëindigde de uitkering per 27 december 2010 na een verzekeringsartsonderzoek, wat door appellante werd bestreden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante geschikt was voor haar arbeid. In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, haar belastbaarheid werd overschat en dat haar fibromyalgie wel degelijk beperkingen opleverde.
De Raad oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de medische rapportages een voldoende grondslag boden om appellante als arbeidsgeschikt te beschouwen. De Raad volgde de rechtbank in de overweging dat de diagnose fibromyalgie niet automatisch objectiveerbare beperkingen inhoudt en dat het feit dat appellante ruim een jaar een ZW-uitkering ontving niet betekent dat het besluit onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de beëindiging van de ZW-uitkering rechtsgeldig is verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 27 december 2010 wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.