ECLI:NL:CRVB:2013:CA0190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1999 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. In januari 2010 is appellant gestart met werkzaamheden als visfileerder, waarbij hij inkomsten genoot. Het UWV heeft daarop de uitkering aangepast naar een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65% en het teveel betaalde bedrag over januari 2010 teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank stelde vast dat de aanpassing van de uitkering en de terugvordering terecht waren vastgesteld en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de berekening van de uitkering onjuist was en dat hij geen inzicht had in de terugvordering. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het UWV de uitkering correct had aangepast en het terugvorderingsbedrag inzichtelijk had gemaakt. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak de beslissing uit op 15 mei 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.