ECLI:NL:CRVB:2013:CA0065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens inkomsten uit kamerverhuur en onvoldoende informatieverstrekking
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 1 november 2008. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. In bezwaar handhaafde het college het besluit deels op andere gronden: appellant had in november en december 2008 huurinkomsten die hoger waren dan de bijstandsnorm, en voor januari 2009 kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld wegens onvoldoende informatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij volledig aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en dat zijn inkomsten, rekening houdend met eigenaarslasten, negatief waren, waardoor hij bijstand behoefde.
De Raad oordeelde dat appellant in november en december 2008 beschikte over huurinkomsten van respectievelijk €2.820 en €1.956, die hij vrijelijk kon aanwenden, zodat hij geen recht op bijstand had. Voor januari 2009 kon de hoogte van de inkomsten niet worden vastgesteld vanwege het ontbreken van huurovereenkomsten en bankafschriften, waardoor appellant zijn inlichtingenplicht onvoldoende was nagekomen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant beschikte over huurinkomsten boven de bijstandsnorm en onvoldoende informatie verstrekte over een latere periode.