ECLI:NL:CRVB:2013:CA0049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering ANW-uitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die arbeidsongeschikt was en een WAO-uitkering ontving. Haar echtgenoot was echter ten tijde van overlijden niet verzekerd voor de ANW omdat hij zich niet had aangemeld voor de vrijwillige verzekering na het vervallen van de verplichte verzekering per 1 januari 2000.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de ANW-uitkering en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de beëindiging van de verplichte verzekering in strijd was met het vertrouwensbeginsel en dat de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering geen adequate compensatie bood vanwege praktische barrières en psychische klachten van haar echtgenoot.
De Raad overwoog dat de beëindiging van de verplichte verzekering een gerechtvaardigd doel diende en proportioneel was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat een ANW-uitkering zou worden toegekend zonder vrijwillige verzekering. Ook de stelling dat psychische klachten aanmelding belemmerden, werd niet overtuigend geacht. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ANW-uitkering aan appellante omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW bij overlijden.