ECLI:NL:CRVB:2013:CA0039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening AOW-pensioen wegens onvoldoende bewijs ingezetenschap en verzekering
Appellant verzocht de Sociale verzekeringsbank (Svb) om herziening van zijn AOW-pensioen, stellende dat hij langer in Nederland had gewoond dan door de Svb was vastgesteld. De Svb had zijn pensioen toegekend op basis van verzekeringsperiodes die appellant niet kon weerleggen met nieuwe gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat bij duuraanspraken zoals de AOW een terughoudende toets geldt voor perioden voorafgaand aan het verzoek om herziening, waarbij alleen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aanleiding kunnen geven tot herziening.
Appellant kon geen nieuwe feiten aandragen die een langere periode van verzekering op grond van in Nederland verrichte arbeid in loondienst aannemelijk maakten. Hoewel appellant langer was ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, toonde dit niet aan dat hij ingezetene was, mede omdat hij regelmatig naar Turkije terugkeerde en geen zelfstandige woonruimte had.
De Raad concludeerde dat er geen reden was om het pensioen te herzien en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de herziening van het AOW-pensioen wegens onvoldoende bewijs van een langere verzekeringsperiode.